Beschrijving
In de Vlaams-Brabantse druivenstreek wordt al sinds 1955 schuimwijn gemaakt. De gebruikte tafeldruiven zijn lokale marktoverschotten of minder goed gevormde of licht beschadigde druiven die niet meer als kwaliteitsfruit kunnen verkocht worden. De druiven worden eerst gekneusd waarbij zo’n 50% van het sap vrijkomt. Het sap wordt gegist in citernes en rijpt verder in grote houten vaten. Na zes maanden wordt de wijn gemengd met suiker en gist, gebotteld in champagneflessen en afgesloten met een metalen kroonkurk. Tijdens deze tweede gisting worden de fijne koolzuurgasbelletjes gevormd. Net zoals (vroeger) in de champagnestreek worden de flessen in pupiters gezet, en elke dag een kwartslag gedraaid om de gistcellen te verwijderen. Vervolgens wordt aan de schuimwijn nog een hoeveelheid “Cassislikeur” toegevoegd wat een lichtzoete, fruitige Kir-Royal schuimwijn oplevert. Nadien wordt de fles afgesloten met een definitieve kurk en een metalen draadkorf. Het duurt zo’n 18 maanden vooraleer dat deze schuimwijn op de markt komt.